We geven u graag wat achtergrond informatie over de flora op Tenerife.

Onder redactie van Ellen Borkes.

Klik op een afbeelding voor een vergroting


Kettingvaren

Rijdend door de laurierbossen op Tenerife zie je ze overal: de kettingvarens.

Prachtige grote varens met afhangende, gevederde bladeren die tot de grond reiken en die de grond ook bedekken.

 

Het bos krijgt door het gefilterde licht in combinatie met de kleuren van de bomen een intense groene kleur en hierdoor een sprookjesachtige atmosfeer.

In de laurierbossen gedijen de varens enorm goed: schaduwrijk en een vochtige omgeving. De lange bladeren kunnen wel 2 meter lang worden. Oudere bladeren hebben aan de achterzijde vaak kleine bobbeltjes; dat zijn broedknoppen. Als deze de grond raken schieten ze wortel en groeien uit tot nieuwe planten.

Omdat de kettingvaren geen koude temperatuur verdraagt, komt deze soort varen alleen voor in het Middellandse Zee-gebied, de Azoren, Madeira en de Canarische Eilanden.

Meer winterharde soorten varens vind je ook noordelijker in Europa.

Klik op de prachtige foto hierboven.


Frangipani.

Deze boom wordt ook wel tempelboom genoemd. De boom heeft echt de “wauw-factor”!

De naam tempelboom komt uit Oost-Azie, waar de boom in veel tempeltuinen te vinden is en symbool staat voor “onsterfelijkheid”.

 

De boom heeft schitterende bloemen met een onwerkelijke uitstraling en is één van de mooiste tropische bomen van Azië.

Oospronkelijk komt de boom uit zuid- en midden Amerika, maar is in Hawaï ook heel bekend.

Daar worden de bloemen verwerkt in de slingers die bezoekers op het eiland verwelkomen.

Eigenlijk heet de boom Plumeria; een naam afgeleid van de 17-eeuwse Franse geestelijke en botanicus Charles Plumier. Hij ontdekte vele plantensoorten, zoals de begonia, fuchsia en dus ook deze.

 

Een hele interessante beschrijving hoe de boom aan de naam Frangipani is gekomen, vindt u op deze link

 De boom heeft veel zon nodig en is tevreden met weinig water. De bloemen zijn over het algemeen wasachtig wit met geel, maar er zijn ook gele en roze exemplaren. Bovendien verspreiden de bloemen een heerlijke zoete geur. Kijk alleen uit met snoeien: het melkachtige sap dat hierbij vrijkomt, is giftig voor zowel mens als dier.


Senna spectabilis ofwel Gouden wonderboom

We zijn nu eind september en ze staan in volle bloei.

Een prachtig gezicht deze grote boom die wel 18 meter hoogte kan bereiken met schitterde gele bloemen. Als helle toortsen sieren ze de wijduitstaande takken.

Als je de bloemen van dichtbij bekijkt zie je dat elke bloem bestaat uit heel veel kleine bloempjes. De takken met smalle bladeren (tot wel 26 per tak) zijn afhangend. Na de bloei komen er lange bruin/zwarte peulen aan te hangen.

Oorspronkelijk komt de boom uit de regenwouden van Brazilië, maar in de loop van de tijd en door de verspreiding over het hele subtropìsche en tropische gebied van de wereld, gedijt de boom ook goed op droge grond.

In Afrika en India worden extracten van de boom gebruikt voor medische doeleinden, zoals slapeloosheid, angst, epilepsie en nog veel meer. Het hout van de boom is heel hard en uitermate geschikt voor het maken van stelen en handvaten voor gereedschappen en meubelen; ook wordt het gebruikt voor houtskool.

Omdat de boom zo breed uitloopt is hij uitermate geschikt als schaduwplaats voor het vee op de Afrikaanse vlakten.


De grootbloemige thunbergia (Thunbergia grandiflora) of Bengaalse trompet.

Deze plant trof ik aan in een klein straatje in La Paz, Puerto de la Cruz.

Een overdaad aan prachtige blauwe bloemen hing vanaf een muur naar beneden; het was een schitterend plaatje!

De Thunbergia is een klimplant uit de familie Acanthaceae. Ze kunnen tot 30 m lang worden met hun slingerende takken voorzien van loten, die op den duur hard worden; het is een plant die met z´n uitlopers grote gebieden kan overwoekeren in betrekkelijk korte tijd.

De eironde tot hartvormige blaadjes bladeren staan tegenover elkaar rondom aan de takken.

In de oksels van de kleine bladeren ontspruiten de bloemen of ze groeien met elkaar in tot 2 m lange trossen. Een bijzonderheid is dat de plant het hele jaar bloeit.

De licht blauwe tot zachtviolette bloemen hebben een geel hart terwijl de kelk omringd wordt door twee lichtgroene schutblaadjes met stipjes. De bloem kan ookwit, lila of paars van kleur zijn.

Deze grootbloemige thunbergia komt oorsprongkelijk uit het gebied tussen Thailand en Sikkim in India. De plant komt in de wilde natuur voor maar is ook vaak als sierplant in parken te zien.


De oleander (Nerium oleander).
Deze plant ziet u vaak uitbundig in bloei staan. Het is een prachtig gezicht als u b.v. op de autopista rijdt tussen Puerto de la Cruz en Los Realejos. De hele middenberm is een weelderige bloemenzee.

De oleander is één van de soorten uit de maagdenpalmfamilie. 
Het zijn royaal vertakte struiken die twee tot soms wel 6 meter hoog kunnen worden. De takken hebben een melksap een melksap dat giftig is. De leerachtige bladeren staan met drie of vier stuks in een kleine krans.

Oleanders bloeien lang, vaak van de lente tot de herfst. De bloemen geuren maar de mate waarin is niet voor iedere soort gelijk. Aan het einde van de tak bloeien de met 3 tot 4 cm brede veelschermen bloemen in rood, geel, roze, wit of oranje witte kleuren.

De vruchten hebben een roodachtige bruine kleur, zijn langwerpig en 8-18 cm lang. Zodra ze rijp zijn klappen ze open.
Oleanders komen voor rond de Middellandse Zee, Zuid-Portugal en van Iran tot Oost-Azië.
Stenige gronden en droge beekbeddingen vormen de ideale bodems voor deze struik-

Volgens de Griekse filosoof Theophrastus, een leerling van Aristoteles, werd de oleander als gifplant gebruikt tijdens de veldtochten van Alexander de Grote. 
Het stond ook bekend als demonenkruid omdat het dodelijk voor mens en dier kon zijn. In hun kruidenboeken beschreven Hieronymus Bock en Pietro Andrea Mattioli; beiden botanicus, de giftige werking van de oleander in hun kruidenboeken (1565 en 1626)


Oleanders verdragen geen temperaturen onder het vriespunt. Er zijn echte soorten die in een gecultiveerde vorm vorstbestendig zijn tot -15 °C. In de koelere gebieden kunnen oleanders zo toch overleven en kunnen we ook daar van zijn prachtige kleuren rijkdom genieten.


De gouden trompet.

Deze plant met de mooie bloem waaraan het zijn naam dankt behoort tot de tropische heesters en draagt de botanische naam allamanda.

De Zwitserse botanicus Frédéric-Louis Allamand (1735-1803) gaf zijn naam aan dit geslacht.

 

Er zijn zo'n 15 soorten bekend en de verschillende soorten komen hoofdzakelijk voor in Brazilie en de Guyana´s.

Naast andere soorten wordt de Allamanda Cathartica, gebruikt als tuin- of kamerplanten

Het zijn doorgaans houtachtige en groenblijvende struiken die 2 hoog meter of iets hoger kunnen worden. De struiken ontwikkelen prachtige, grote, gele of violette bloemen.

De drie of vier dicht bij elkaar groeiende leerachtige en eironde bladeren die aan beide uiteinden wat toegespitst zijn.

Op Tenerife zie je ze langs snelwegen staan en ook vind je ze veel in gemeenteplantsoenen.


Bougainvillea.

Iedereen die op Tenerife woont heeft wel een bougainvillea in zijn omgeving. Of het nu een klein struikje is of een overweldigende gigantische bloemenzee; overal zijn ze te zien en te bewonderen.

Vooral in de landen rond de Middellandse Zee en in Afrika (dus ook op Tenerife) tieren ze welig.

 

De Bougainvillea is een groenblijvende struik,een kleine boom of een doornige rank met kleine trompetvormige bloemen die in trossen van drie groeien en worden omgeven door drie mooie heldere papierachtige schutbladen, meestal magenta of paars gekleurd. Er zijn ook varianten met rode, roze, oranje, gele, witte of dubbele schutbladen.

De bloemen bloeien van zomer tot herfst, in bosjes aan het einde of spontaan halverweg de tak. Een voorwaarde voor een rijke bloei is dat de plant voldoende licht en warmte krijgt. Bougainvillea-bladeren zijn ovaal tot lancetvormig en hebben een afwisselend patroon.

De schors is beige-grijs en met de jaren wordt hij gegroefd en grillig van vorm.

 

De soort komt oorspronkelijk uit Zuid-Amerika en is vernoemd naar de Franse kapitein en zeevaarder Louis-Antoine de Bougainville (1729 - 1811). Zijn scheepsarts en botanicus had de plant op Tahiti ontdekt en gaf hem in 1767 de naam van zijn kapitein.

Bougainvilleas groeien snel, zijn goed te ​​snoeien en zijn zeer geschikt voor de meeste bonsaistijlen.

Omdat het subtropische planten zijn, kunnen ze geen vorst verdragen.


Een mooi begin, De Flamboyant. (Delonix regia).

 

De Flamboyant is een boom uit de vlinderbloemfamilie (Leguminosae)

Oorspronkelijk afkomstig uit Madagaskar. Sinds de negentiende eeuw is de boom wereldwijd in de tropen als sierboom aangeplant. Het is de nationale boom van Puerto Rico.

 

Als je in deze tijd van het jaar hier op Tenerife de deur uit gaat worden je ogen op een schitterend beeld getrakteerd: prachtige fijnbladige bomen met een fel rode bloemenmantel.

De bomen zijn 15 tot 20 meter hoog en hebben een schermvormige kroon. De bladeren zijn fijn en dubbelgeveerd, tot 50 cm lang en 25 cm breed. Elk blad bestaat uit honderden kleine lichtgroene blaadjes, die zich in de avond samenvouwen.

De boom bloeit altijd rond deze tijd (juni), ook als het heel droog is.

De bloemen zijn oranje- tot scharlakenrood en zijn 10-15 cm groot.

 

Bekijk zo´n bloem eens: de vorm is zo kunstig.

Vijf kelkbladeren zijn van buiten groen en van binnen rood. De vijf kroonbladeren hebben stelen. Het bovenste kroonblad is meestal gedeeltelijk wit of geel en heeft rode vlekjes.

De vier andere kroonbladeren zijn rood. In het midden van de bloem zie je tien meeldraden en één stamper.

De bloemen worden bestoven door vlinders, maar dat kan ook door insecten of vogels gebeuren.

Als de bloemen uitgebloeid zijn, ontwikkelen zich peulvruchten: bruinzwart, afgeplat, hangend, hard als hout en meestal iets gebogen.

Deze peulvruchten blijven aan de boom hangen tot de volgende bloeiperiode.

Klik op de foto´s voor een vergroting.