Bekende personen uit de geschiedenis van Tenerife.
Het verleden van Tenerife is voor een groot deel bepaald door een beperkt aantal personen die zich als een bestuurlijke elite opwierpen.
Tenerife kende sinds de verovering een plutocratische samenleving die voort duurde tot ver in de twintigste eeuw bij de invoering van de Spaanse grondwet in 1978. Voordien werd het eiland bestuurd door een elite van vermogende particulieren die alle macht uitoefende, vooral ten bate van zichzelf. Hierdoor is de ontwikkeling van de economie nauwelijks tot stand gekomen. Uitzonderingen daargelaten.
De namen zijn gesorteerd op de eerste letter van de voornamen.
Alonso Fernández de Lugo.
Alonso Fernández de Lugo (rond 1455 Sanlúcar de Barrameda - 20 mei 1525 San Cristóbal de La Laguna) was de veroveraar van Tenerife in 1496. Hij versloeg de nauwelijks bewapende krijgers van de Guanchen en vestigde een kolonie op het eiland. Oorspronkelijk kwam Fernández uit Castilie. In opdracht van de Spaanse Koning. Hij was aanwezig bij de verovering van Gran Canaria en was later verantwoordelijk voor de verovering van La Palma in 1492 en later, in 1496 van Tenerife. Met de inname van deze eilanden kwam de hele Canarische archipel in handen van de Spaanse heersers.
Als beloning, maar zeker ook als militaire hoeder van de nieuwe kolonie was hij tot het einde van zijn leven gouverneur van Tenerife en La Palma. Daarbij verwierf hij de titel Adelantado Mayor van de Canarische Eilanden en de Katholieke Monarchen. De huidige steden Santa Cruz de Tenerife en San Cristóbal de La Laguna zijn beiden door Fernández de Lugo gesticht vanwege de noodzaak van een hoofdstad en een havenstad.
Fernández de Lugo was iemand die geweld niet schuwde en met harde hand zorg droeg voor de onderwerping van de oorspronkelijke bewoners, de Guanches. Die onderwerping was controversieel omdat daarmee eerder beloften aan de menceyes van Guanches verbroken werden.
Juan Méndez el Viejo, "de Oudere".
Juan Méndez was een Joodse bekeerling uit Llerena, Extremadura hij stichte de gemeenschap rond Buenavista in 1517. Hij liet een Hacienda bouwen en begon de waterbronnen van de galeria in de buurt te exploiteren. Het huis kreeg de naam Hacienda Fuente del Cuervo vanwege de natuurlijke bron. Het huis en de gronden stonden daarmee aan de basis van Buenavista del Norte want met de stichting daarvan ontstond een gebied dat als centrum voor de suikerrietproductie kon gelden ten behoeve van de export naar de grote havens van Antwerpen, Sevilla en Lissabon.